Voor velen van ons komt de kwestie van koffie ‘s avonds neer op: “Sommigen slapen er prima op, maar anderen liggen te woelen en kunnen de slaap niet vatten”. Dit is echter slechts een zeer simplistische visie die wordt weerlegd door objectieve gegevens uit EEG-registraties.
Een literatuuroverzicht gepubliceerd in Nutrients geeft namelijk aan dat het belangrijkste punt met betrekking tot cafeïne waarschijnlijk niet de mogelijke slapeloosheid is. Kwantitatieve slaap-EEG-onderzoek wijst uit dat de belangrijkste invloed van cafeïne meer betrekking heeft op de kwaliteit dan op de hoeveelheid slaap.
Cafeïne heeft een negatieve invloed op de neurofysiologische architectuur van de slaap. Het meest consistente resultaat is een afname van de laagfrequente niet-REM-EEG-activiteit, met name langzame golven en de laagste delta frequenties. Deze afname gaat vaak gepaard met een relatieve toename van snellere frequenties (sigma en bèta), wat elektrofysiologisch wijst op een lichtere, minder gesynchroniseerde en, in sommige gevallen, meer gefragmenteerde slaap.
In de praktijk blijft het brein, zelfs als men in slaap valt en de effectieve slaapduur over het algemeen behouden blijft, volgens de EEG-registraties in een actievere toestand; de slaap is lichter, onrustiger, dichter bij de waaktoestand en blijkt daardoor minder herstellend te zijn.
Uiteindelijk lijkt het erop dat de extra energie die cafeïne geeft, ten koste gaat van een slechtere slaapkwaliteit, wat een soort vicieuze cirkel kan veroorzaken (behoefte aan stimulatie -> cafeïne -> onvoldoende herstellende slaap -> vermoeidheid -> behoefte aan stimulatie ->…).
Alle details in het open access-artikel.


