Agonisten van glucagon-achtige peptide type 1-receptoren (GLP-1Ra) en remmers van natrium-glucose transporter type 2 (SGLT2i), ook wel gliflozinen genoemd, hebben een revolutie teweeggebracht in de behandeling van diabetes type 2 en de therapeutische aanpak van obesitas. Deze twee therapeutische klassen hebben ook immunomodulerende effecten die een gunstige invloed kunnen hebben op de kans op het ontwikkelen van auto-immuunziekten met reumatische symptomen (ARD voor auto-immuun reumatische aandoeningen = reumatoïde artritis, artritis psoriatica of axiale spondylartropathie) of systemische auto-immuunziekten (SARD = lupus, sclerodermie, Sjögren, inflammatoire myopathieën, systemische vasculitis).Om de juistheid van deze hypothese, die voornamelijk op preklinische gegevens is gebaseerd, te verifiëren, heeft een Canadees team administratieve gegevens gebruikt om een cohort samen te stellen van bijna 230.000 personen met diabetes type 2, zonder bekende ARD, bij wie (tussen begin 2014 en eind 2022) een behandeling was gestart met GLP-1Ra (# 49.500), SGLT2i (# 102.000) of dipeptidylpeptidase-4-remmers (DPP-4i # 78.000), ook wel gliptines genoemd.Bij een gemiddelde follow-up van 1,3 tot 1,6 jaar constateerden de onderzoekers een incidentie van ARD per 10.000 persoonsjaren van 27,3 voor DPP-4i (controlegroep), 29,1 voor GLP-1Ra (aangepaste HR 1,04) en 24,4 voor SGLT2i (aangepaste HR 0,93). Aangezien de betrouwbaarheidsintervallen van deze aangepaste HR de eenheid omvatten, wijzen deze resultaten erop dat er geen lager risico op ARD is bij de twee nieuwe therapeutische klassen. Er moet echter worden opgemerkt dat er een significant lager risico op SARD is bij het starten van SGLT2i (aangepaste HR 0,51 vs. DPP-4i), wat nader moet worden onderzocht.Dit werk is geaccepteerd voor publicatie in Arthritis & Rheumatology en zal open access zijn. Tot die tijd kunt u het voorlopige pdf-bestand en de grafische samenvatting downloaden, waarin de belangrijkste gegevens zijn opgenomen.