De huidige aanbevelingen rechtvaardigen het gebruik van orale anticoagulantia (OAC) bij atriumfibrilleren (AF) vanwege het risico op trombo-embolische voorvallen. Een meta-analyse van gegevens van bijna 272.000 patiënten die deelnamen aan 32 studies levert interessante informatie op.
In de onderzochte populatie was ongeveer een derde van de patiënten gestopt met het gebruik van OAC.
De resultaten tonen over het algemeen aan dat er geen significant verschil is in de incidentie van trombo-embolische voorvallen bij patiënten die de behandeling met OAC hebben gestaakt en bij patiënten die deze hebben voortgezet.
Er is daarentegen een opmerkelijk en significant verschil in het optreden van ernstige bloedingen bij stopzetting (kans op optreden verminderd met bijna een derde).
De subgroepanalyse, waarbij rekening wordt gehouden met de CHA2 DS2 -VASc-score (0 tot 2 of > 2) en het al dan niet behouden van het sinusritme, wijst uit dat proefpersonen met een CHA2 DS2 -VASc tussen 0 en 2 hebben en patiënten die een sinusritme behouden, resultaten hebben die in overeenstemming zijn met de algemene analyse (geen significante impact van het staken van OAC).
Bij personen met CHA2 DS2 -VASc-scores > 2 gaat de onderbreking daarentegen gepaard met een significante toename van het trombo-embolische risico.
Dit onderzoek is gepubliceerd in Heart Rhythm.





