Een nieuwe analyse van Deense registers biedt nieuwe inzichten in het verband tussen allergieën bij ouders en astma bij kinderen. Eerder onderzoek suggereert dat RSV-infecties op jonge leeftijd of astma bij ouders afzonderlijk kinderen vatbaarder kunnen maken voor het ontwikkelen van <b>allergische astma</b>, maar het verband tussen deze twee factoren en het type immuunrespons dat ze veroorzaken, blijft onduidelijk. Deze <b>nieuwe epidemiologische analyse </b>van bijna 1,5 miljoen Deense kinderen bevestigt een waarschijnlijk verhoogd risico op astma bij zuigelingen van allergische ouders (één of beide ouders met astma of allergische rhinitis) en wijst op ziekenhuisopnames op jonge leeftijd (eerste 6 levensmaanden) wegens infectie met het <b>respiratoir syncytieel virus </b>(RSV) als mogelijke <b>ontbrekende schakel</b>. Maar nog belangrijker is dat dit onderzoek heeft geleid tot onderzoek op muizenmodellen, uitgevoerd door een team dat voornamelijk uit Gent afkomstig is en gerapporteerd in <b>Science Immunology. </b>Over het algemeen hebben deze <a href="https://www.science.org/doi/10.1126/sciimmunol.adz4626" target="_blank" rel="noopener">experimenten</a> aangetoond dat <ul> <li>bij muizenjongen van astmatische muizen veroorzaakte een vroege infectie met een aan RSV verwant virus een bijzonder ernstige type 2-ontsteking,</li> <li>de behandeling van drachtige of zogende muizen met anti-RSV-antilichamen blokkeerde de ontwikkeling van deze type 2-ontsteking bij de muizenjongen,</li> <li>de toediening van anti-RSV-antilichamen aan muizenjongen verminderde het risico op de ontwikkeling van astma.</li> </ul> Al deze resultaten wijzen erop dat infectie met RSV een <b>vermijdbare risicofactor voor astma </b>is en pleiten dus voor een breed gebruik van vaccinatie om dit risico te verminderen.