Endoscopie, biopsie en histologie zijn onmisbaar bij de beoordeling van de activiteit van colitis ulcerosa, maar het is mogelijk dat in de nabije toekomst een niet-invasieve aanpak veel endoscopieën overbodig maakt.
De fecale calprotectinewaarden zijn gecorreleerd met endoscopische bevindingen, recidieven en de respons op de behandeling, wat aanleiding gaf tot de hypothese dat een drempelwaarde voor fecale calprotectine met een aanvaardbare betrouwbaarheid onderscheid zou kunnen maken tussen patiënten in remissie bij wie endoscopie kon worden vermeden en patiënten bij wie deze noodzakelijk was.
Het onderzoek, waarvan de resultaten zijn gepubliceerd in Alimentary Pharmacology & Therapeutics, is uitgevoerd op basis van endoscopische (Mayo Endoscopic Score) en histologische (Geboes Histologic Score) gegevens van 741 patiënten die in 4 academische centra werden behandeld, en leidt tot de conclusie dat in de klinische praktijk, de drempelwaarde voor fecale calprotectine die het best onderscheid maakt tussen ziekte in remissie en actieve ziekte 170 µg/g was.
Waarden onder deze drempelwaarde sloten een actieve ziekte vrijwel zeker uit (hoge negatieve voorspellende waarde) en zouden dus onnodige endoscopische onderzoeken kunnen voorkomen.
Dit alles moet echter nog in andere studies worden bevestigd.


